Ik heb een half jaar getraind voor 11 (!) seconden verbetering.
Wat ik veel erger vind, is dat ik me heb laten leiden door een getal, in plaats van mijn gevoel en ervaring.
Op 20 september 2025 was het eindelijk zover: mijn tweede HYROX-race, waar ik een half jaar voor had getraind.
Na mijn eerste race in februari was één ding duidelijk: mijn hardloopcapaciteit en rauwe duurvermogen moesten beter.
Dus trainde ik voor een halve marathon die ik in 1 uur en 35 minuten wilde lopen. Dat is een gemiddelde pace (tempo) van 4:30 per kilometer. Op 27 april liep ik hem in 1:35:36, gemiddeld 4:32 per kilometer. De halve marathon was fase 1 van mijn doel. Ik wilde die 4:30 pace namelijk in deze HYROX lopen.
Ik was zo toegewijd aan deze race dat ik zelfs tijdens mijn zomervakantie op Lanzarote bleef trainen. Samen met mijn vriendin ging ik zeven dagen naar Club La Santa, een sportresort waar je meer dan 50 sporten kunt beoefenen, waaronder HYROX.
Op een strandbedje liggen en cocktails drinken? Niet voor mij (ons). Ik wilde geen enkele trainingsweek missen voor Maastricht.
Terwijl anderen aan het strand lagen, was ik bezig met HYROX-, kracht- en duurtraining. Als je wat wilt, dan moet je er iets voor overhebben.
Je kunt immers geen resultaat verwachten van werk dat niet gedaan is.
"Ik wil die 70 minuten dit keer halen!"
Ik kwam aan in Maastricht, wederom in het MECC. Dit keer was het geen koude winterdag. Het was die dag ineens 34 graden, nadat het twee weken rond de 20 graden was geweest. Op dat moment had ik nog niet door dat dit een grote factor ging worden.
Ik had vooral in mijn hoofd: "ik heb hard getraind, ik ben fitter dan ooit en goed voorbereid". Daarnaast dacht ik: "ik wil die 70 minuten dit keer halen!"

We waren zo'n anderhalf uur voor de start daar. Perfect om rustig mijn bandje te halen, even de baan te verkennen en alvast in de racesfeer te komen door alle atleten daar te zien zwoegen en zweten.
Toen we daar rondliepen kreeg ik er echt zin in. Ik had al enkele dagen behoorlijke spanning, waarschijnlijk omdat ik mijn doel zo graag wilde halen. Het was een scherp doel: een verbetering van 15 minuten. Mijn inschatting was dat de kans groot was dat ik het nét niet zou halen. Niet om mezelf omlaag te praten, maar vanuit objectief oogpunt.
Het plan was perfect (op papier)
Mijn plan was simpel:
- Starten met lopen op 4:30 min/km, het tempo van mijn halve marathon
- De SkiErg steady op 2:10 per 500 m
- Sled push in een rustig tempo, en na elke baan vijf seconden diep inademen
- Sled pull gewoon rustig en steady, niet rushen
- Burpee broad jumps lekker pacen en niet opblazen
- Roeier ook op 2:10 per 500 m, om de hartslag wat te laten zakken
- Farmers carry lekker aan één stuk doorlopen
- Tussendoor op de kilometers mijn tempo vasthouden
- De roxzone gebruiken om te verplaatsen, niet voor pauze
- Proberen wat kracht over te houden voor de lunges en wall balls, want die gaan op karakter
- Twee gels tussendoor nemen: na de sleds en na de farmers
Waarschuwing #1: mijn lichaam probeerde me al te waarschuwen
Na een half uur de sfeer geproefd te hebben, ging ik naar de warming-upruimte. Gewoon om rustig op temperatuur te komen en alle spieren lekker los te maken. Ik heb wat geroeid op een rustig tempo, dynamische stretches gedaan, rustig op de loopband gelopen en nog even gefietst.
Mijn hartslag leek flink te reageren. Meer dan normaal. Ik dacht: dat zijn de zenuwen, als ik straks bezig ben, gaat het vanzelf.
Na de warming-up merkte ik dat ik al bezweet was. Het voelde benauwd, maar ook dat weet ik aan de zenuwen.
Tien minuten voor de start zocht ik mijn vriendin op voor een laatste slok Powerade en mijn gels. Ze gaf me een kus, wenste me succes en ik ging vol goede moed naar de startbox.
De eerste helft: alles ging volgens plan
Voordat ik startte, sprak ik nog met de atleet naast me. Zijn naam was Ollie en hij kwam uit Australië. Een vriendelijke en vrolijke kerel, die me heel bescheiden vertelde dat hij in 1:05 wilde finishen. Als hij het moeilijk had, moest ik maar "Ollie" roepen, zei hij lachend. Ik vind het mooi hoe mensen elkaar op zo'n event alles gunnen.
Ik begon exact zoals gepland. Mooi mijn 4:30 pace kunnen houden voor de eerste vier rondes. De SkiErg exact gepaced zoals ik wilde. De sleds waren zwaar, maar dat wist ik uit de training, dus dat verliep verder prima.
Na de sled push voelen je benen alsof je een marionettenpoppetje bent. Ze bengelen wat achter je aan. Maar dit had ik veel getraind en ik wist dat ik het er in de runs uit zou rennen. En dat was ook zo.
De sled pull vond ik lastiger. Het vak was erg klein en er werd om de haverklap geroepen dat ik moest uitkijken voor de witte lijn. Ik ben blij dat ik geen claustrofobie heb. Ik kreeg al aardig engtevrees in dat kleine vak, waarin je op en neer loopt terwijl je er een ratelslang van een 15 m touw in probeert te proppen. Maar goed, dat onderdeel zat erop, en mijn hartslag was nog redelijk onder controle.
Het keerpunt: de burpee broad jumps
Op naar de grote vriend van iedereen: de burpee broad jump. Hiervan wist ik dat het pijn ging doen. Ik denk dat niemand staat te springen op dit onderdeel (voel je de ironie?).
Dit was voor mij echt het turning point. Hoewel ik er redelijk vlot doorheen kwam, kreeg ik het vanaf hier belachelijk warm. Vanaf dat punt wist ik: "dit wordt overleven". Vanaf nu gaat het pijn doen en wordt het écht mentaal.
Na de burpees ben je op de helft, en dit was het punt waarop mijn lopen voor het eerst begon in te kakken.
Op dit moment kon ik mezelf nog uit de paniekstand houden door mijn brein wijs te maken dat ik even kon "herstellen" op de roeier en met de farmers. In de roxzone begon ik voor het eerst stukken te lopen en bekertjes water te nemen.
Mijn mond was compleet droog, mijn hartslag knalde door het plafond en het zweet spoot van alle kanten uit me.
The point of no return

Voor de roeier nam ik een beker water, en het leek alsof al dat water direct mijn blaas inliep en er per direct uit moest. Ik heb me aan mijn pace van 2:10/500 gehouden en moest echt knijpen om het niet gewoon te laten gaan. Ik dacht: "fuck off, ik ga verdomme niet naar het toilet rennen, kom eens op man!"
Gelukkig heb ik het binnen kunnen houden (ik denk dat het zich een weg naar buiten heeft weten te vinden via mijn poriën).
Normaal komt mijn hartslag na de roeier wel wat omlaag. Dit keer niet. Ik was kapot. Het lopen ging steeds langzamer. Ik voelde me lomer en slomer worden. Tijdens het rennen werd ik van alle kanten ingehaald door de dames dubbel, wat niet bepaald motiverend was.
Ik wist dat ik te diep was gegaan. Ik had beter moeten pacen. Vanaf hier wordt het alleen maar slechter.
De carries gingen verder prima, die heb ik in één ruk uitgelopen. Maar toen kwam run 7.
Dit was rennen tegen de kramp aan. Elke stap voelde alsof mijn bovenbenen en kuiten op slot sprongen. Ik heb dit gevoel wel eens eerder ervaren, tijdens een koppelrun (hardlopen na het fietsen) en in mijn vorige HYROX.
Maar je kunt ervaring hebben hoeveel je wilt, het blijft kut. Want het staat gewoon in de weg.
De final boss: wall balls
Voor de lunges nam ik mijn laatste gel en een slok water, en ik begon. Dit deed pijn, maar ik kon me er evengoed op karakter doorheen bijten.
Toen ik klaar was met de lunges, was ik enerzijds blij en anderzijds doodsbang. Nog een laatste run en dan moest ik nog alles geven voor die verrekte wall balls.
In die laatste run liep ik niet meer tégen de kramp aan, ik had kramp. Ik kon niet meer vloeiend lopen, waardoor elke stap superzwaar aanvoelde. Ken je die film Pinocchio? Dat houten poppetje dat een echt jongetje wilde worden? Nou, ik voelde me alsof ik de poten had van de houten versie.
Het voelde alsof je met houten poten in een kuil stapt, maar dan continu. Maar goed, aan alles komt een einde, dus ook aan die laatste kilometer hardlopen.
Hier kwam de HYROX final boss: wall balls. 100 stuks maar liefst.
LET'S GO!
Nou, er was geen go meer. Ik was op sterven na dood, ik overdrijf echt niet. En daar zag ik mijn trouwe supporters staan, die me keihard aanmoedigden om die bal te gooien. Op zijn zwakst uitgedrukt ging het niet van een leien dakje.
Ik denk dat ik er zo'n tien uit heb geduwd, misschien wat minder. De no-reps vlogen me al om de oren. Ik kwam er niet meer lekker in. Ik heb talloze sets gedaan van 5, 3 en zelfs 1 herhaling. Continu gooide ik die bal op de grond.
Ik ben zelfs een keer gevallen toen ik de bal wilde vangen. Een bal van 6 kg duwde me gewoon om, zo kapot was ik.
Ik zag de uitdrukking op de gezichten van mijn team omslaan van superenthousiast naar standje rouwverwerking. Dat was te begrijpen, in alle eerlijkheid.

De harde realiteit
Volgens mij heb ik de laatste vijf reps achter elkaar gedaan en "rende" ik toen naar de finishlijn. Rennen kon je het niet noemen. Ik strompelde alsof ik drie kratten bier en een fles jenever op had. Bij de finish struikelde ik nog net niet over mijn eigen benen.
In een ooghoek pikte ik op dat ik iets sneller was dan de vorige keer. Hoeveel wist ik niet.
Ik liep meteen van het podium af en stortte daar neer. Mijn team en vriendin kwamen me meteen steunen. Ik heb drie bekers water opgedronken, een zakje elektrolyten genomen en een halve reep gegeten. Ik kon he-le-maal niks meer.
Mijn horloge liep nog door, tot mijn vriendin het na tien minuten uitzette. Ze keek naar mijn gemiddelde hartslag: 186, voor meer dan anderhalf uur, met een max van 199.
Dit is ver over mijn grens.
Om je een idee te geven: mijn anaerobe drempel ligt op 181. Zolang ik daar net onder blijf, kan ik door blijven gaan. Kom ik daarboven, dan gaat mijn prestatie snel bergafwaarts. En dat heb ik gemerkt.
De pijnlijke waarheid: 11 seconden
Ja, je leest het goed: 11 seconden. Niet 11 minuten.
Ik kan je met overtuiging zeggen dat dit geen prettig gevoel is. Ik voelde me zwak, verslagen en dom. Niet omdat ik me schaam voor wat anderen denken, maar richting mezelf. Ik weet hoeveel uur ik getraind heb. Ik weet hoe vaak ik door de stront ben gegaan. In de hitte, onder vermoeidheid. Elke dag opnieuw. Ja, letterlijk: ik train elke dag. Als je me niet gelooft, kun je mijn Strava checken.
Maar goed, dat half jaar boeit me werkelijk geen bal. Ik train al mijn hele leven dagelijks, op een uitzondering na.
Het ergste: dat ik een waarschuwing was, in plaats van een voorbeeld.
Wat ging er mis?
Als ik achteraf terugkijk, ben ik te snel gegaan voor hoe warm het was. Ik was hoogstwaarschijnlijk fitter, maar dat kwam er niet uit.
Ik heb me opgeblazen in de eerste helft, en dat was in de tweede helft op de blaren zitten en op wilskracht door. Gewoon dom.
Ironisch genoeg ben ik altijd degene die tegen mijn sporters roept dat ze moeten pacen: "kracht verdelen en proberen te voelen hoe zwaar het is", zodat je kunt doseren. Ik kan dat zelf normaal heel goed, maar mijn doel heeft me blind gemaakt.
Mijn drang om die tijd te halen heeft me afgeleid van de signalen uit mijn lichaam. En daar moest ik nu voor boeten.
Het pijnlijkste? Ik wist dit allemaal al. Ik train anderen al jaren in exact dezelfde principes die ik zelf negeerde. Ik zie wekelijks atleten die fout maken in training, en weet ze meestal te voorkomen.
Maar bij mezelf liet ik ambitie mijn expertise overrulen.
Wat ik geleerd heb (doe er je voordeel mee)
1. Een doel geeft richting, maar mag niet dicteren
Een ambitieus doel is belangrijk. Het geeft focus en dwingt je om het werk te doen. Die 70 minuten dwongen mij om elke dag te trainen, zelfs op vakantie.
Maar een doel is uiteindelijk gewoon een getal.
Tijdens een wedstrijd bepaalt dat getal niet hoe snel je bent. Je eigen kunnen op dat moment bepaalt dat. En die dag, in die warmte, met die omstandigheden, was 70 minuten niet realistisch.
Had ik dat moeten zien? Ja. Heb ik dat gezien? Ja. Maar toch negeerde ik het, omdat ik me zo vastbeet in dat getal. Een doel moet richting geven, niet dicteren.
Luisteren naar je lichaam en kracht verdelen blijft het allerbelangrijkste (het zijn mijn eigen woorden).
2. Een plan is niet statisch, en je lichaam liegt niet
Mijn plan was solide. Ik had rekening gehouden met pacing, met herstel, met voeding. Maar ik had één ding niet meegenomen: de warmte.
Het was ineens 34 graden, terwijl het de twee weken ervoor rond de 20 graden was geweest. Bij warmte stijgt je hartslag bij hetzelfde tempo. Dat heet hartslagdrift: hetzelfde tempo kost je meer dan op een koele dag. Dit is geen excuus, maar een belangrijke factor. Een die ik genegeerd heb.
Was dat dom? Achteraf wel. Maar er zijn altijd factoren die je over het hoofd ziet, totdat je er middenin zit.
Het probleem waren niet de omstandigheden. Het probleem was dat ik geen correcties heb gemaakt toen mijn lichaam signalen gaf.
- Mijn hartslag tijdens de warming-up? Waarschuwing #1.
- Het zweet na tien minuten? Waarschuwing #2.
- Volledig in het rood na de burpees? Waarschuwing #3.
Ik wist dit. Ik leer dit iedereen. Maar ik negeerde alle signalen, omdat ze niet pasten in mijn plan. Mijn hoofd, mijn wens om die 70 minuten te halen, overrulede mijn lichaam.
Een plan geeft je houvast, maar je moet altijd bereid zijn om te corrigeren waar nodig.
Luister naar je lichaam, niet naar je hoofd.
3. Training is niet hetzelfde als presteren
In training kon ik relatief gemakkelijk een 4:30 pace lopen. Ik hád het al gelopen, voor een halve marathon.
Maar training is geen competitie. Andere omgeving. Ander klimaat. Andere atleten om je heen. Spanning. Adrenaline. Regels. Judges. Supporters die schreeuwen.
Al die factoren beïnvloeden hoe je presteert.
Training bereidt je voor. Maar tijdens een race moet je je verstand gebruiken om je kracht te verdelen op basis van hoe het op dát moment voelt, niet hoe het voelde in training. Hoe je vooraf je racetempo bepaalt, lees je in 3 HYROX-fouten die je de race kosten.
Er is een dunne lijn tussen te voorzichtig zijn en te hard gaan:
- Te voorzichtig: je laat snelheid liggen
- Te hard: je blaast je op en verliest nóg meer tijd
De kunst is leren voelen wat wel en niet kan. En dat leer je alleen door te doen.
4. Doen > denken
Ik coach al jaren. Ik train al mijn hele leven (22 jaar in de gym). Ik heb allerlei competities en fysieke uitdagingen gedaan.
Maar je leert pas echt in de praktijk.
HYROX is voor mij een nieuwe uitdaging. Door meer races te doen, leer ik de ins en outs en mijn eigen grenzen steeds beter kennen. Dus ja, je kunt eindeloos plannen en voorbereiden. Maar uiteindelijk moet je doen. En soms betekent doen dat je faalt.
Maar falen is geen eindpunt. Het is feedback. Het is een kans om te leren, om het de volgende keer beter te doen.
Ze zeggen niet voor niets: "Al doende leert men."
We worden niet gedefinieerd door onze fouten
Ik ben niet bepaald met een voldaan gevoel naar huis gegaan. Meer met een gevoel van schaamte.
Ik was geen voorbeeld, maar een waarschuwing. Ik was alles waar ik mensen normaal voor probeer te behoeden.
Dat voelde aan de ene kant pijnlijk, maar aan de andere kant dacht ik: "fuck it". Dit is weer een ervaring die ik meeneem. Niet alleen voor mezelf, ook in mijn werk, voor mijn sporters.
Zoals Winston Churchill ooit zei:
"Success is not final, failure is not fatal: it is the courage to continue that counts."
Van vallen leer je opstaan. Ik zou het mezelf pas kwalijk nemen als ik me hierdoor uit het veld liet slaan. Gaat niet gebeuren!
Mijn vader zei vroeger wel eens: "Er zijn je hele volksstammen voorgegaan." Dat zei hij altijd als ik als kind ergens tegen opzag of iets moeilijk vond. In het grote geheel zijn we maar heel klein, ook al denken we soms dat de wereld bij ons in orbit zit. Ik ben echt niet de enige die wel eens een tegenslag heeft gehad of "veel" tijd heeft geïnvesteerd voor een tegenvallend resultaat.
Van mijn moeder leerde ik: "Er zijn ergere dingen in het leven." En mijn opa leerde mijn moeder op zijn beurt om vooruit te kijken, niet achteruit. Hij had gevochten in de Tweede Wereldoorlog. Over ergere dingen gesproken.
Uiteindelijk bepalen situaties en gebeurtenissen ons leven niet, maar hoe we ermee omgaan.
Learn, adapt and overcome.
Hoe het verder ging
Twee maanden later stond Utrecht op het programma. Terug naar de tekentafel: een week herstellen, een nieuw plan maken en daarna acht weken opnieuw gericht trainen.
In Utrecht liep ik 1:20:14. Bijna vijf minuten sneller. Een jaar na de 11 seconden finishte ik in Maastricht in 1:13:59.
Niet elke training racen, maar slim doseren. Zo leer je je lichaam kennen vóór je een race doet. Niet tijdens.
Zo trainen onze leden. Wil je ervaren hoe dat werkt? Train een week mee in de HYROX Experience.
Train een week mee →
